“Mijn kunst,” concludeerde Mateo, “gaat dus niet alleen over kleuren of vormen; het gaat over hoop, over hoe een kleine daad van vriendelijkheid het hele universum kan veranderen, over hoe familie niet altijd gebaseerd is op bloedverwantschap, maar op een bewuste keuze. Deze tentoonstelling en alles wat ik in mijn leven doe, is daarvoor bedoeld.” Een daverend en oprecht applaus barstte los.
Mateo stapte van het perron en rende meteen naar zijn moeder en zus om hen te omhelzen. De drie smolten samen in een omhelzing die het middelpunt van hun eigen universum vormde. Een paar maanden later brak een specifieke datum aan: de sterfdag van Alejandro. Jarenlang was die dag een zwart gat van verdriet geweest voor Isabela.
Maar in de loop der tijd had de familie een nieuwe traditie ontwikkeld. Het was geen dag van rouw, maar van serene en dankbare herinnering. Die ochtend reden ze met z’n drieën naar een afgelegen heuvel met uitzicht op zee. De wind waaide zachtjes en bracht de geur van zout en vochtige aarde met zich mee. Ze praatten niet veel.
De stilte tussen hen was comfortabel, gevuld met alles wat niet gezegd hoefde te worden. Dots hield de draad van een enkele witte komeet vast. “Zijn jullie er klaar voor?” vroeg Isabela. Mateo en Luna knikten. En tegelijkertijd lieten ze de draad los. Ze keken toe hoe de komeet steeds hoger steeg, een witte stip die danste tegen het oneindige blauw van de hemel, totdat hij uit het zicht verdween.
Het was een afscheid, een bedankje en een begroeting, alles in één gebaar, een erkenning dat liefde nooit sterft, maar alleen transformeert. Isabela sloeg haar armen om de schouders van haar kinderen en trok ze dichter tegen zich aan. Ze keek in hun gezichten, vol leven en toekomst. De wond die het verlies van Alejandro had achtergelaten, zou er altijd zijn, een onuitwisbaar deel van haar wezen.
Maar het was niet langer een bron van bitterheid; het was de vruchtbare grond waaruit dit nieuwe en ongelooflijke leven was ontsproten. De liefde die ze voor haar eerste kind voelde, was het baken geweest dat haar, door de donkerste storm van haar leven, naar deze oase van vrede had geleid. Ze voelde de warmte van de zon op haar gezicht en het geruststellende gewicht van haar kinderen naast zich. De cirkel was rond.
De vrouw die ooit op straat had gehuild van de honger – een dorst naar liefde en zingeving – had nu een vol, overvloedig hart. Haar zoektocht was voorbij. Ze was thuis. M.
